laatst bijgewerkt: 21 maart 2011
Dit onderwerp is ook als pdf te downloaden.
Als kanoër heb je op het water te maken met wettelijke regels en andere voorschriften van overheden en beheerders van de watergebieden die je bevaart. Op het Wad heb je, naast de regels die landelijk gelden, je ook nog te houden aan specifieke regels voor het Wad.
Het landelijk binnenvaartpolitiereglement (BPR) geldt ook voor het waddengebied en op het Wad heb je bovendien te maken met de gemeenschappelijke gemeentelijke verordening Waddenzeegebied, de richtlijnen van Staatsbosbeheer, de natuurbeschermingswet, defensie, havenautoriteiten en de erecode gebruik van de Waddenzee. Daarnaast zijn er nog internationale en Europese wetten, afspraken en richtlijnen van kracht. Op www.waddenzee.nl kun je een complete opsomming vinden van alle regels en wetten die op het Waddengebied van toepassing zijn.
Voor het Eemsgebied geldt daarnaast het aparte scheepvaartreglement Eemsmonding.
Op www.wattenschipper.de is allerlei informatie, waaronder juridische, te vinden over het Duitse waddengebied.
Binnenvaartpolitiereglement (BPR)
Dit hoofdstuk beperkt zich tot de voor kanoërs belangrijkste punten uit de BPR, aangevuld met enige andere regels waar je rekening mee moet houden. Het hoofdstuk is bedoeld als hulp, maar je kunt je er tegenover de gezagsdragers nooit op beroepen, omdat slechts een klein deel van de BPR wordt behandeld.
Op deze site staat een pdfbestand waar de meeste voor kanoërs relevante artikelen van de BPR bij elkaar zijn gezet. Het BPR is vooral voor de plezier- en beroepsscheepvaart geschreven, maar her en der wordt ook aandacht besteed aan met de handkracht voortbewogen schepen, zoals kano’s. Kanoërs zullen door de vele irrelevante artikelen al gauw het doornemen van het complete BPR laten voor wat het is. Daarom lijkt het mij nuttig om in een leesbaarder formaat aan te geven waar een kanoër zich aan moet houden en welke rechten hij heeft. Als je vaak op water te vinden bent waar veel andere scheepvaart is, is het overigens raadzaam om toch een keer de moeite te nemen om ook de andere artikelen van het BPR door te nemen om beter te snappen waar die andere schepen zich aan moeten houden en welke rechten zij hebben.
In tegenstelling tot wat wel wordt beweerd, is een kanoër niet verplicht een exemplaar van het BPR bij zich te hebben (art 1.10, 1.11). Wel moet je als je een marifoon mee hebt, je marifoon bedieningscertificaat en het handboek voor de marifonie bij je hebben. Een uittreksel van het handboek marifonie met alleen de relevante artikelen m.b.t. het waddengebied is hier in pdf-formaat eveneens te downloaden. Deze beslaat in kleine letters 10 bladzijden op A4-formaat,zodat die uitgeprint gemakkelijk in een waterdichte hoes is mee te nemen.
Het BPR is met toelichting en opmerkingen opgenomen in de wateralmanak van de ANWB en zonder toelichting en opmerkingen op internet te vinden op http://wetten.overheid.nl/BWBR0003628.
Definities
Het BPR begint met definities, waaronder die van een schip en van een zeilschip. Een zeilschip dat (ook) met een motor vaart, is op dat moment geen zeilschip maar een motorschip (art 1.01). Deze definitie is o.a. van belang bij de voorrangsregels. Een kano wordt beschouwd als een klein open schip. In het BPR wordt onderscheid gemaakt tussen diverse typen en formaten schepen, waardoor vele regels niet van toepassing zijn op kano’s. Regels die betrekking hebben op “een schip” in het algemeen gelden ook voor kano’s. Grote schepen
zijn schepen langer dan 20 m, veerboten, vissersboten, slepende sleepboten, duwbakken en passagiersboten.
Een rondschijnend licht is een licht dat rondom 360° zichtbaar moet zijn (art 3.01a). Een licht dat niet van alle kanten zichtbaar is, is dus onvoldoende. Een kano moet ’s nachts en bij slecht zicht overdag een rondom schijnend wit licht voeren (art 3.13). In feite voldoet dan alleen een wit licht op je hoofd of op een stok aan dit voorschrift, want een licht voor of achter op je lichaam of op het dek wordt voor een deel door de kanoër afgeschermd en schijnt dus niet rondom. Ook een niet-wit licht is dus niet goed volgens het BPR.
Vaarwegen
Een schip mag niet varen op vaarwegen als het daar niet geschikt voor is (art 1.06), dus een kano zal vaak niet mogen varen op vaarwegen en geulen die veel gebruikt worden door zeeschepen en beroepsvaart. Dat geldt o.a. voor de drukke vaargeul van de Eemsmond (je mag hem wel oversteken). In het BPR wordt een groot aantal vaargebieden opgesomd waar je als kanoër niet mag komen, bijv. omdat de vaarweg alleen toegankelijk is voor schepen met radar. In het Noorden zijn alleen de Eemshaven en de haven van Delfzijl verboden voor kano’s en moet je de vaargeul voor zeeschepen tussen Borkum en Emden mijden. Overigens is het verstandig om uit alle vaarwegen voor grote schepen te blijven en die zo snel mogelijk over te steken (meestal met een vaste kompaskoers loodrecht op de vaarweg).
Voorrang en vaarregels Veel artikelen in het BPR gaan over hoe schepen met elkaar moeten omgaan bij passeren, inhalen en andere manoeuvres.
Art.6.26 – 6.38 BPR:
Bij sluizen en beweegbare bruggen mag het ene schip het andere schip niet voorbij lopen, anders dan na aanwijzing van de brug- of sluiswachter. Een schip dat voorrang heeft (en dat bijv. met een rode wimpel kenbaar maakt) moet voorrang verleend worden. Als bij een brug of sluis één of twee rode lichten branden is doorvaren verboden, tenzij bij de brug tevens een geel teken is aangebracht.
Slecht zicht Art 6.29-6.33 BPR: Bij slecht zicht moeten schepen zonder radar op vaarwegen waar radar bij slecht zicht verplicht is, zo snel mogelijk gaan stilliggen op een daarvoor geschikte plek.
Het Scheepvaartreglement Eemsmonding In het scheepvaartreglement Eemsmonding is voor roeiboten – dus waarschijnlijk ook voor kano’s – de verplichting opgenomen tot het voeren van een rondschijnend wit licht. Verboden gebieden Op de hydrografische kaarten van het Wad en het IJsselmeer staan de gebieden aangegeven waar je gedurende een deel van het jaar niet mag komen en in een gevallen helemaal nooit. Houd je daar aan! Dit zijn de zgn. art. 20 gebieden van de natuurbeschermingswet en gebieden waar militaire oefeningen gehouden kunnen worden. Ook staan op de zeekaarten de meeste gebieden van het Wad op aangegeven waar je 3 uur voor en na hoogwater niet mag komen omdat ze als hoogwatervluchtplaats dienen voor de wadvogels. Jaarlijks kan het ministerie van LNV de verbodsgebieden bijstellen. Duitse wadden (vertaald en bewerkt uit www.Wattenschipper.de) Algemene regel: Verkeersdeelnemers moeten zich op de Duiste waterroutes zodanig gedragen dat zij de dierenwereld niet beschadigt, niet in gevaar brengt en voor zover de omstandigheden dat toelaten niet verstoort. Zone II ( tussenzone) verboden voor gemotoriseerde waterski's, watermotorfietsen en anderszins gemotoriseerde watersportvoertuigen en luchtkussenvaartuigen
art 6.01 – 6.10 BPR: In principe vaar je rechts (stuurboord) en haal je links (bakboord) in - vaker zul je als kanoër ingehaald worden in plaats van dat je zelf kunt inhalen - maar als er ruimte is, mag er ook aan stuurboord ingehaald worden. Voorbij lopen (inhalen) of voorbij varen (tegemoetkomend passeren) mag alleen als er voor beide schepen voldoende ruimte is. Een klein schip moet in bijna alle gevallen voorrang verlenen aan een groot schip en moet vermijden dat het ander schip zijn koers of snelheid moet wijzigen. Bij een versmalling (bijv een brug of open sluis) moet een klein motorschip voorrang verlenen aan een kano, dus ook een zeilschip dat op zijn motor vaart moet wachten op een kano. Een zeilschip dat een versmalling in wil varen, moet voorrang verlenen aan een op tegengestelde koers naderend klein schip. Let op, in praktijk blijken mensen
met plezierboten meestal te denken dat zij altijd voorrang op een kano hebben en zijn ze vaak niet op de hoogte van deze voorrangsregels!
Art 6.13-16 BPR: Een klein schip, dus ook een kano, dat wil keren of wil vertrekken, moet voorrang verlenen aan een groot schip. Een klein schip dat tegen de stroom in een haven in wil varen, moet voorrang verlenen als een groot schip ook de haven in wil varen.
Als de koersen van een klein motorschip, een zeilschip of een door spierkracht voortbewogen schip (zoals een kano) elkaar zodanig kruisen dat gevaar voor een aanvaring bestaat, dan moet het motorschip voorrang verlenen aan de andere schepen (dus ook aan een kano), en moet het door spierkracht voortbewogen schip voorrang geven aan het zeilschip.
Algemene regel is dat een schip een ander schip niet in gevaar mag brengen, ongeacht de voorrangregels
Een schip mag niet een gebied invaren aangeduid met de borden van fig 1 en 2, maar een klein schip zonder motor wel een gebied invaren aangeduid met het bord in fig 2.

Als je een marifoon mee hebt, ben je verplicht deze bij sluizen en bruggen op het aangegeven kanaal uit te luisteren en de aanwijzingen via de marifoon te volgen.
Een klein schip mag de sluis pas invaren nadat de grote schepen de sluis ingevaren zijn en zo mogelijk ligplaats kiezen op enige afstand van een groot schip
Bij slecht zicht dienen alle schepen zo veel mogelijk aan stuurboordzijde te varen.
Een klein varend schip met marifoon moet op de daartoe aangewezen kanalen uitluisteren en andere schepen de nodige inlichtingen geven.
Wat niet in het BPR vermeld staat, maar vermoedelijk elders is het verbod, in elk geval voor kano's, om bij minder dan 500 m zicht (= mist) verder te varen en moet je zo snel mogelijk bij een daarvoor geschikte plek aan land gaan en in elk geval de vaargeulen te mijden. Mocht je in de mist belanden, dan is het gebruik van een gps ten zeerste aan te raden, omdat dat dan nog de enige manier is om je te kunnen oriënteren en vast te stellen waar je je precies bevindt.
Buiten het vaarwater moet op zodanige wijze gevaren worden, dat duidelijk zichtbaar is dat geen gebruik van het vaarwater wordt gemaakt.
Nederlandse wadden
De watergebieden langs de militaire oefenterreinen zijn toegankelijk als er geen gebruik van de terreinen wordt gemaakt. Met een rode vlag op de dijk en de lichten op de gele SMWpalen wordt bij het oefengebied Marnewaard bij Lauwersoog aangegeven wanneer doorvaren verboden is.
Oefeningen met straaljagers op de Vliehors (Vlieland) worden gestaakt als er een schip langs vaart. Daarvoor moet je wel de observatiepost van tevoren op de hoogte stellen van je komst (0562-451315 of bgg de verkeerscentrale Brandaris (0562-442341). In Berichten aan Zeevarenden op www.hydro.nl/ worden de dagen van schietoefeningen langs het Wad ook aangekondigd.
Het Duitse Wad onderscheidt Zone I (rustgebieden), Zone II (tussenzone gebieden) en Zeehond- en vogelbeschermingsgebieden waar de navolgende regels gelden:
Zone I (rustzone): Algemeen verboden voor gemotoriseerde waterski's, watermotorfietsen en anderszins gemotoriseerde watersportvoertuigen en luchtkussenvaartuigen.
Buiten de vaarwegen mogen de overige vaartuigen (zoals kano's) wel varen van 3 uur voor tot 3 uur na hoogwater maximale snelheid 8 knopen (ca 13 km/uur)
Binnen de vaarwegen mogen de overige vaartuigen wel varen zonder tijdsbeperking
Binnen en buiten de vaarwegen mogen alle sportvaartuigen varen zonder tijdsbeperking. Maximumsnelheid gemotoriseerde vaartuigen binnen de vaarwegen 16 knopen/uur (28 km/uur) en buiten de vaarwegen 12 knopen/uur (ca 21 km/uur)
Zeehond- en vogelbeschermingsgebieden: Tijdens beschermingstijden (zie zeekaarten) verboden voor alle sportvaartuigen. Daarbuiten toegestaan voor sportvaartuigen met een maximale snelheid 8 knopen/uur (13 km/uur)
Is deze pagina via het menu links op het scherm opgeroepen, klik dan deze pagina weg om terug te keren naar de homepagina, ben
je via een directe link op deze pagina gekomen, waardoor er links geen menu staat, klik dan hier op home voor menu+homepagina